Vrijmetselarij

Persoonlijk in 1978 voor de 1e x uitgenodigd om hier zitting in te nemen vanwege inzicht in leven en dood. Een duidelijke stem uit het midden van mijn bestaan vertelde mij dat ik dit in geen enkel geval zou mogen accepteren; het zou mijn levenstaak in gevaar brengen. 

De laatste keer dat ik uitgenodigd werd was op m’n 45ste levensjaar vanwege de – in mijn ogen – slechts relatieve kennis van Theosofie en de gave van de witte magie.


In 2003 tijdens de inschrijving bij het CWI in Maastricht aan het Bat, lukte het mij bijvoorbeeld niet direct om een Hotmail adres in te stellen. De personeelswerker vertelde dat het niet nodig was; ik was toch als secretarieel werker werkzaam? “Jawel, maar ik vind het aardig om als ik als secretarieel medewerker ingeschreven te blijven staan. Zo kan ik de economie volgen, daar vallen namelijk de eerste klappen. Over 5 jaar zal er een explosieve stijging van de werkloosheid zijn”. Verbaasd riep hij uit: Alleen om die reden, help ik jou het adres in te stellen. Want de manier waarop jij dit verteld is ongelooflijk. Vijf jaar later brak de crisis uit. Ik was me er niet eens van bewust dat ik iets vertelde wat nog plaats moest moeten gaan vinden.

Een personeelsmedewerker van uitzendbureau Tempo-Team omschreef mij in de papieren als; een beetje vreemd maar wel O.K. De volgende dag bij Wildgroothandel Van Leendert sloeg een collega ‘viller’ per ongeluk het mes in zijn linker pols. Gutsende stralen bloed van 30 tot 90 cm per keer spoten uit zijn arm op de werkvloer. Dat leek mij niet hygiënisch. Aldus direct de wond uitgespoeld en mijn handen boven de wond gehouden. De bloeding stopte vrijwel direct. ‘Wat was dat’, riep hij onthutst uit? “Och”, dat is gewoon magnetisme. Vertelde ik hem. Nee riep hij; ‘Dat kan niet, want ik weet hoe dat aanvoelt en dit is heel anders’. 

Heb zelfs mijn moeder in 2000 uit de dood naar het leven terug gebracht. Zij was destijds in het ‘stervenskamertje’ van de verpleegkliniek in Heerlen gestorven. 

Daar kwam ik een half uur later binnen waar de arts met 2 verpleegsters nog wat zaken aan het afhandelen waren. Mijn drie lange strijkbewegingen boven haar lichaam vond de arts vreemd en vroeg mij wat de bedoeling daarvan was. Mijn antwoord dat ze daarmee beter zou inslapen. Dit werd onthutst beantwoord met de stelling dat zij al een half uur geleden haar laatste adem had uitgeblazen en dus dood was. 

Terwijl ik schouderophalend naar de deur liep om weer weg te gaan, draaide ik mij nog even om en liet ik mij nog ontvallen dat zij de volgende ochtend ook nog rechtop in bed zou kunnen zitten en om een ijsje zou kunnen vragen….

De volgende ochtend werd ik door een van de verpleegsters uit mijn bed gebeld met de vraag hoe ik van dat ijsje wist? Want wat ik verteld had was uitgekomen. Ik heb haar uitgelegd dat alles wat ik vertel uitkomt. Maar niet weet waarom ik dat weet. Mijn moeder heb ik nog excuses aangeboden omdat ik haar behandeld had. Ze wilde namelijk nooit door mij behandeld worden omdat ze er nooit in geloofd had.

Nu heb ik wel niets met geloof doch voor zover dat mogelijk is probeer ik meestal wel met wensen rekening te houden. Ze was niet voor niets al jaren lid van de vereniging voor euthanasie en wilde vanwege de pijnen die ze leed al heel lang dood.

Het was ook geen gemakkelijke vrouw. Enkele maanden daarvoor bracht ik haar met bed en al binnen op een nieuwe kamer in de verpleegkliniek waarbij ik tegen haar kamergenoot vertelde dat mijn moeder de meest gemakkelijke en gezelligste vrouw was. De volgende dag waren haar buurvrouw in ik even alleen en vroeg zij zich af waarom ik tegen haar gelogen had. Mijn moeder was helemaal niet aardig en al zeker niet gezellig… Daar moest ik hartelijk om lachen en vertelde haar dat er eerst nog een wonder zou moeten gebeuren voordat dit werkelijkheid zou worden. 

Nadat ik mijn moeder weer onder de levenden had gebracht bleek het wonder te zijn geschied. Was zij voorheen altijd een achterdochtige zuurpruim. 

Na haar ‘wederopstanding’ was zij qua persoonlijkheid 180 graden gedraaid en veranderd in een lieve begripvolle vrouw, en hoewel niet genezen van haar pijn en bedlegerigheid als gevolg van het jarenlange leed dat de Osteoporose haar had aangedaan, was zij opeens een zeer innemende en warme persoonlijkheid geworden. Om zodoende nog een jaar op deze aarde door te mogen leven. Dat was dus het wonder van slechts één behandeling. Doch wonderen zijn voor mij normaal.

In 1977 bij een bezoek aan Huub van Ham te Kelpen (paranormaal genezer met cliënten uit o.a. Nederland, België en Duitsland), liet ik mijn allerliefste Marita, welke last had van haar oor, voorgaan in de behandelruimte van deze tovenaar. Zodra hij mij ontwaarde sprong deze letterlijk achter zijn bureau vandaan en in plaats van de patiënt aandacht te geven, rende hij in zijn militaire kleding met grote ogen op mij af en begon om mij heen te springen. Met vreugdekreten zag hij mij aan voor Jezus. Waar ik al die tijd gebleven was? Ik heb de goede man, welke in mijn ogen duidelijk overspannen was, duidelijk gemaakt dat hij een vergissing beging omdat Jezus nooit bestaan had en ik wel. Als ook gewezen op het feit dat niet ik, maar mijn vriendin de patiënt was…
Hij bleef echter hardnekkig vasthoudend beweren dat ik Jezus was omdat hij dat aan mijn uitstraling kon zien.  Hij riep uit dat mijn uitstraling vele honderd duizenden keren sterker was met de kracht dan die van hemzelf en dat ik later toch met hem zou gaan samenwerken.

Jaren later is dit min of meer ook uitgekomen. Edoch toen ik na 3 weken kost en inwoning even naar Heerlen moest en terugkwam mocht ik niet meer binnenkomen. Tijdens mijn 7 jarig zwerversbestaan tegen wil en dank. De engelen om mij heen deden mij destijds in 1987 geloven dat zij als ‘maatschappij’ met mijn huisbaas en werkgever Jos Snel samenspanden waardoor ik niemand meer vertrouwde. Nu deed ik dat toch al niet omdat de ze nog geen verantwoording hadden afgelegd.

Jos Snel had mij op een gegeven moment op straat gezet toen ik weigerde zijn wens te vervullen om mij rijk te maken… Deze had last van kaalheid en merkte dat zijn haar ging groeien als ik zijn hoofd instraalde. 

Ik ‘zag’ toen hoe hij mij zogenaamd rijk wilde maken en vertelde hem dat. Door zijn vriendin als ‘doktersassistente’ een baan te geven terwijl hijzelf bij mogelijke patiënten ging kijken hoeveel auto’s zij voor hun deur hadden staan en hoe groot hun huizen waren. Aan de hand van deze en andere informatie zou hij dan de prijs bepalen die de mensen aan hem zouden moeten afdragen. Ik zou daar dan een paar procent ‘als fooi’ krijgen. Hij was verbaasd en kwaad hoe ik dat kon weten en antwoordde hem dat ik ook voor niets mensen hielp.

Eerder had hij mij ook al uit zijn winkel ontslagen omdat de klanten altijd mij wilde spreken in plaats van hem. Hij dacht alleen maar aan omzet en niet aan klantenbinding.

In 1998 kwam ik Jos nog in het AZM/UMC+ tegen en ik vroeg aan een Peter die bij hem op bezoek was wat Jos hier in het ziekenhuis deed? Volgens deze Peter had ik het ‘boze oog’ omdat alles wat ik destijds aan Jos beloofd had was uitgekomen? Ik wist alleen dat hij een afschuwelijke dood zou sterven als hij doorging om mij zo te behandelen. 

Als Upapadaka heb ik geen last van Karma omdat ik slechts een keer geboren ben. De innerlijke en immanente christosgeest ontbreekt bij mij…  Deze natuurlijke kracht  die er normaal voor zorgt dat ik net als iedereen normaal herboren wordt, nadat de dood is ingetreden en de ziel met de geest via de nek uit het lichaam verlaat, is niet bij mij aanwezig…  Voor normale mensen is dat ‘Eeuwig Leven met god/allah’. De leer van het plaatsvervangende lijden, zoals christenen/moslims die nu opvatten, belemmert hen in feite de leer van weder belichaming te aanvaarden.

Of de Elohim om mij heen dat wisten kan ik mij nu wel gaan afvragen, maar dat zie ik vanzelf wel wanneer de tijd van verantwoording is aangebroken, wat dat betreft kan niemand mij ontvluchten. Uiteindelijk wil ten slotte iedereen naar het grote licht en mijn ‘kracht’ zal je aan je karma herkennen.

Mijn grote liefde, Marita kon ik op een gegeven moment ook niet meer behandelen’.

Op haar sterfbed zag zij dat ik na al die jaren plotseling in dat ik toch een mens was… Voorheen dacht ze altijd dat ik alles wist…? Voor mij een groot compliment; ik was geslaagd in het meer mens worden. Al vond ze dat ik gemakkelijk praten had omdat ik niet meer herboren hoefde te worden. Dit laatste kon zij onmogelijk weten.
Er is over mij eigenlijk weinig tot niets bekend. De Theosofie welke ik zelf nog beschouw als wetenschap welke het dichtst bij de waarheid staat geeft uit monde van G. de Perucker wel enkele verwijzingen over de Upapadaka.